Schelpenkade

Bij avond is de Schelpenkade haast mooier dan overdag, zeker bij zo’n heldere nazomeravond als vanavond. Er heerst een statige rust. Er hangt een prettige geur, stads maar met landelijke elementen. En er is geluid van eenden.

Op het stuk, dat aansluit op de Andries Schot, is het water onttrokken aan het zicht door de woonboten. Zelfs de woonboten zijn niet zichtbaar door het groen en de hekken. De Schelpenkade maakt hier een ruime, rustige bocht. Aan de overzijde staat het kasteelachtige huis, waar ik dertig jaar geleden mijn WereldWinkelvergaderingen had.

De rij met huizen, waarop niets is aan te merken, wordt onderbroken door ‘De Schelp’: de tuin vol met spullen, muziek dringt door de open ramen. Ernaast is de Lemnistaat, een Antroposofisch Therapeuticum.

Hier is ook het hoge voetgangersbruggetje, dat ik ook – dertig jaar geleden – als student gebruikte om naar toe te vluchten, als de benauwde atmosfeer in de juridische bibliotheek aan de Hugo de Grootstraat te beklemmend werd.

Nog even is de Schelpenkade redelijk breed, maar dan versmalt zij zich. De woonboten maken plaats voor gewone boten en zelfs voor bootjes, heel zacht deinend op het water: de Manelka, de Rio Dio, KHM 28. Er ligt zelfs een boot uit Naarden, enigszins uit de route.

Achter één van de ramen wordt gedanst, op muzick van de televisie. Misschien dat ik dat ook zou kunnen doen, als ik in een huis aan de Schelpenkade zou wonen, want dat zou best eens het mooiste plekje van Leiden kunnen zijn.