Herenstraat

De Herenstraat. Te veel, te veel omvattend voor een klein stukje. Tien stukjes zijn nog te weinig. Je gaat hem staccato doen om maar zo veel mogelijk indrukken te verwerken. ‘Spil’ is de Herenstraat, scharnier. Twee zijden: hoort bij Tuin en hoort bij Staal. Drie delen: een winkelstraat pur sang, een stuk waar de Herenstraat zich vermomd heeft als de Koninginnelaan, en een middenstuk er tussenin. Twee knooppunten: de hoek van C1000, vis, shoarma en bloemen met de bakken voor papier en voor glas, en zelfs voor ouwe kleren; en de hoek bij de bushaltes en de klok.

Bus 31 komt me tegemoet vanuit Zuid West; het is de enige bus die de wijk nog door rijdt. Nog niet zo lang geleden waren het er drie, kon je zes keer per uur opstappen. Wellicht wat overdreven, maar vier keer zou toch mooi zijn: een klein kwartier wachten gaat nog, een half uur niet.

Aan de Staalkant van dit stuk van de Herenstraat ligt de stoep wat hoger dan de straat en loopt tussen de huizen en het groen door. Op nummer 101 staan de auto’s geparkeerd op de vensterbank. Tussen het groen: geel en paars. Aan de overkant in een gewoon huis een kapsalon; niet de enige de Herenstraat. Vier of vijf zijn het er; tel kwijt. Een verkeersbord geeft aan dat je de overweg niet kunt passeren met een hele lange vrachtwagen, die middenin wat lager is.

De Herenstraat: heel veel gezichten. In het middenstuk zijn twee supermarkten. Ineens ontdek ik ook twee computerwinkels. Bij het oude buurthuis, nu Kleine Urt, staan zo maar drie bankjes. Je kunt er zitten, maar doe je het ook? Ik probeer het uit: het zit vreemd, alsof je op bezoek bent bij mensen die je niet zo goed kent.

In het echte wsinkelstuk is er eerst de geldmachine: onontbeerlijk economisch gegeven. Je kunt het ook weer onmiddellijk uitgeven, aan fruit of aan wenskaarten, aan hondenmanden en aan potjes verf, aan babi pangang of patatje oorlog. Op een binnenterrein geldt de wegsleepregeling. Aan de overkant het prachtige opschrift ‘melk, boter en kaas’.

U merkt het: ik draai er omheen. Om ‘Tropical Heat’, een spannend pand. Dichte luiken, dichte deuren, maar een bordje knippert: ‘Open’. Het pand laat alles te raden maar ook weer helemaal niets. Ernaast in de etalage van het meditatiecentrum hangen drie hele grote kleurige schilderijen.

Te veelomvanttend, de Herenstraat. Houdt geen maat, gaat maar door. Lopend en fietsend, per luxe terreinwagen of per lesauto.Het past er niet in.