Lammenschansweg

De Lammenschansweg leent zich niet zo erg voor details. Het is de weg van het brede gebaar, de grote lijn. Als ik aan het eind van de lentemiddag de trap van het Lammenschansstation afdaal, dan baadt de weg in het lage zonlicht. Met name de even kant is zonnig verlicht. Het is de kant van de professoren en de burgemeesters. En de kant van de spitse toren van de Petruskerk.

Onze kant, de oneven kant, ligt wat meer in de schaduw, maar dat is een tijdelijke bijzaak: het schijnt te maken te hebben met de draaiende beweging van de aarde. Overigens mag de even kant de kant zijn van de burgemeesters van vroeger, die slechts op een naambordje (twee of drie desnoods) figureren, de oneven kant, de onze, is de kant van de enige echte burgemeester. We noemen geen nummers, want dat geeft maar aanloop; bovendien zou ik het niet weten ook.

Gisteren was de Lammenschansweg in het nieuws. De krant – ik doel natuurlijk op het Leidsch Dagblad, welke anders – meldde dat één of ander bureau een advies had uitgebracht over de precieze loop van de Rijn Gouwe Lijn. Het tekeningetje doet de weg geen recht: het is te vlak, te klein. En het rode lijntje doet de Lightrail geen recht: het is te vrolijk. Als ik vanaf de stationstrap in de richting van de stad staar (ik ben blijven staan en hou de doorstroming behoorlijk op), dan zie ik hem in gedachten aan komen glijden: product van een proces, waarop mensen geen invloed mochten hebben. Het wonderlijke van de politiek is, dat je daar niet alleen mee weg komt, maar dat je er zelfs minister mee wordt, minister van… bestuurlijke vernieuwing; o, ironie.

Ondertussen ben ik aangekomen bij de zebra, voor de grote oversteek. Elke werkdag, twee maal, is dit het moment voor een kleine privéstrijd: het autoverkeer. Want als er iets is dat de Lammenschansweg beheerst, is het de wel onafgebroken stroom auto’s die zich op de snelweg wanen. Een kleine verstoring te weeg brengen, een licht afrremmen, dat is wat ik beoog. Ik kijk overigens wel uit, dat mijn kleine strijd niet leidt tot letsel, want dat is het me nu ook weer niet waard.

De Lammenschansweg is de ader van in- en uitgeleide: het is binnenkomen en verlaten, beginnen aan de grote trek naar het Zuiden of dat nu Leidschdam of de Riviera is, en terugkeren in de schoot van de stad.