Pioenstraat

Zondagmiddag en voor het eerst deze ‘winter’ is het fris, richting koud. Ik kijk de Pioenstraat in. Zo’n eerste indruk is toch belangrijk, bij straten net als bij mensen. De blik wordt gevangen door de toren van de Petruskerk; het uurwerk wijst tien voor half vijf. Uit een huis aan het eind van de Pioenstraat komt rook: de open haard is aan. Ik stel mij een dik boek voor, en op de achtergrond het Weihnachtsoratorium. Maar dan kan ook wishful thinking zijn.

Meteen links is de peuterspeelzaal: ‘Kleine Urt’. Tot nu toe heb ik die naam voor kennisgeving aangenomen. Nu valt me het woord ‘Urt’ op als een buitengewoon vreemd woord. Later thuis ‘google’ ik op ‘urt’. Het brengt me bij Kenny’s Castaways aan de Bleeckerstreet in New York, de United Radiant Technology Corporation, en bij de Uniao Recreativa dos Trabalhadores (een Braziliaanse voetbalclub, zo te zien), dus niet veel verder. Echter de site van de Kleine Urt zelf kan zich voorstellen, dat je de naam niet onmiddellijk snapt: het blijkt een verbastering van het woord ‘erwt’ op z’n Leids uit te spreken. Op de ramen een olifant met Russiche tekst, Nijntje en de Kerstman (ben ik geen fan van, vind hem te luidruchtig). Naar binnen kijkend, herinner ik me de bestuursvergaderingen van het wijkcomité van weleer; het gevoel daarbij laat ik even in het midden.

De huizen in het eerste rijtje links zijn klein (en noodgedwongen vaak vol). Dan twee gifgroene deuren met een bordje ‘Uitrit’: de geparkeerde auto’s trekken zich daar niets van aan. Er is een poster met ‘Alle lastige kinderen het land uit. Pardon?’ en een klein rond boompje. Het tweede rijtje huizen is wat eigenzinniger; rood bijvoorbeeld of met een klein tropisch oerwoud voor het raam. Het derde rijtje staat wat naar achteren, en laat ruimte voor tuintjes. Rond mozaïek met in het midden een plant. Een bankje, maar eigenlijk twee stoelen met een klein tussentafeltje, herhaalt zich.

Op de kruising met de Lindestraat is een soort rond pleintje ontstaan. Ineens is het druk; iemand laat iemand uit, twee jongetjes skeeleren luidruchtig rond, een mevrouw met twee enthousiaste hondjes, fietsers in alle richtingen. En dat alles op zondagmiddag. De blauwe afvalbak staat er fier bij in tegenstelling tot de wat aftandse lantaarnpaal even verderop.

Het laatste stukje blijkt toch ook bij de Pioenstraat te horen, onderbroken door de Pioenhof, maar dat is een ander onderwerp. Lage huizen met hoge pannendaken. We komen uit op de Resedastraat, en dan blijkt de toren van de Petruskerk te zijn ondergedoken achter de huizen.

Vanaf die kant bekeken is de Pioenstraat een totaal andere straat. Lijkt in niets op de Pioenstraat van zo-even. Daarbij komt dat links nu rechts geworden is en rechts links. Dat komt ook in de politiek wel vaker voor.De tuinen links (voorheen: rechts) zijn op de een of andere manier groener dan de tuinen rechts (voorheen: links). In deze richting is de straat ook korter. En het pleintje leger.

Aan het eind stuit je op de achterzijde van de Herenstraat. Even is de stoep slechts één tegel breed. En dan is er deonmiskenbare omgeving van de C1000 – ijkpunt van de wijk – met al z’n zwerfafval, ook dat was me op de heenweg niet opgevallen. Nu des te meer.