Witte Singel

De Witte Singel hoort eigenlijk niet bij ‘ons’, maar bij ‘hen’ van Vreewijk. Zij hebben zich – terecht – druk gemaakt over de snelheden van het autoverkeer, over het bochtige traject. Zij genieten van het prachtige zicht op de Hortus Botanicus of het Arsenaalplein. Zij hebben de Universiteitsbibliotheek en het oude Kantongeecht. Wij hebben slechts het staartje, de laatste uitloper.

Bus 28 mindert vaart voor de kruising bij de brug. Bus 28 is nieuw op de Witte Singel, heeft hem overgenomen van de 30, die hem weer overnam van de 43. Toen ik er deze week gebruik van maakte en ik de chauffeur voor alle zekerheid vroeg of hij over de Witte Singel ging, schrok hij zichtbaar en bedankte me: hij zou zo de Breestraat zijn ingedraaid.

Midden op ons stukje Witte Singel staat een huis te koop. Nee, het is geen huis, het is een ‘stadsvilla’. Er gaat grote voornaamheid uit van dat woord. Een ‘villa’ zonder ‘stads-‘ heeft iets aanmatigends, maar met ‘stads-‘ is het een en al grandeur. Deze stadsvilla was het E.M. Meijers Instituut van de Leidse Rechtenfaculteit. Kennelijk wordt het gebouw afgestoten na de ingebruikname van de nieuwe faculteitsbehuizing aan de Steenschuur.

Vlak voor de hoek met de Herenstraat is een tegelwinkeltje, dat op het raam gebruik maakt van dezelfde stijlvorm als ik voor de titel van deze stukjes: Bad en Bed, Tuin en Staal, Wand en Vloer. Aan de overzijde is aan de paal voor het naambordje ‘Witte Singel’ een reclamebord vastgemaakt. Het roept op de ‘Boeken, CD – Platen Markt’ op het Vijf Meiplein te bezoeken, en wel op 4 september. In december is dat ofwel mosterd na de maaltijd, dan wel ruim op tijd. Te ruim, als je het mij vraagt.

In CafĂ© ‘De Tregter’ zitten vier mannen aan de bar; ze praten geanimeerd, twee aan twee. De kerstverlichting omgeeft hen.