Zoeterwoudsesingel

Het is ongelofelijk koud op de Zoeterwoudsesingel – niet alleen daar trouwens – dus wil ik hem eerst wat afraffelen. Gauw naar huis, en zo. Maar dat kan niet bij de Zoeterwoudsesingel. Je moet er wat tijd aan besteden, anders mis je de portee.

Ik begin op de hoek bij het Leidsch Parket Huis; nu pas valt me het olifantje op, dat op vele plekken het parket kracht bij zet. Ik ben nog geen tien meter verder, bij een onduidelijk glazen pand, dat wat naar binnen ligt, als ik besef, dat het beste zicht, het over-zicht, slechts kan worden verkregen vanaf de andere kant: de Jan van Hout. Van daar af zie je de variƫteit in bouw: kleine en grote huizen, statig en net iets minder statig. Na de afwisseling per huis ontstaan groepjes huizen, die bij elkaar horen, kleine series, met daartussen openingen en inhammen. Het licht van de straatlantaarns maakt het tot een redelijk vrolijk geheel.

Mijn rondje heeft tot effect dat ik nu aan de verkeerde kant begin: op de hoek met de Lammenschansweg. In het water liggen drie kleine bootjes, waarvan de grootste ‘Ukkie” heeft. De andere twee zijn zo klein dat ze geen zichtbare baam hebben. Ze liggen aan houten palen, op ruime afstand van de vaste wal. Ik stel mij voor hoe iemand telkens weer die sprong moet wagen.

De medische stand is ruim vertegenwoordigd op de Zoeterwoudsesingel: een huisarts, een tandarts, later nog weer een huisarts. De huizen zijn er donker op dit stuk: niet thuis misschien of goed afgeschermd door lichtdichte gordijnen. Dan is er ‘Dieben stomen en wassen’; het ligt diep naar binnen: een lange oprijlaan. Het ingaan van die laan wordt niet bevorderd: ‘Verboden toegang; art. 461 Strafwetboek’. De Post blijkt hier een brievenbus verstopt te hebben.

Nog meer dingen zie ik, die ik nog nooit gezien heb. Mooie glas-on-lood-ramen boven de deuren; bij een ervan wordt het effect vergroot door een prachtige lamp er achter. Puntige daklijsten, die ver oversteken. Op no. 13 wordt verschillend gedacht over ‘de bel’. Even verder ‘De praktijksteen gelegd door de heren Lahr’; dat geschiedde op 28 november 1975, enlet op het meervoud. Grappige steentjes boven de deuren van 4 en 5.

Ten slotte bleek ik ook niets te weten van Djegoewar, de School voor Coaching en de STIB, die zich gezamenlijk in een groot pand bevinden. Eigenlijk wist ik helemaal niets van de Zoeterwoudsesingel, moet ik tot mijn schande bekennen. Ik ben blij dat dat is rechtgezet, ondanks de kou.